Van impact naar inbreng

Gemiddeld zijn is niet meer goed genoeg.
We willen grote impact.
Maar maakt het ons gelukkig?

7 min.

Laurens van Lavieren

“Je moet overal bij zijn en overal aan meedoen. Je hebt een spannende relatie, veel sociale contacten, een uitdagende baan, ziet je familie regelmatig, doet vrijwilligerswerk, bezoekt de sportschool, maakt mooie verre reizen, knapt en passant je jarendertigwoning zelf op en de opvoeding van eventuele kinderen doe je er moeiteloos naast. En oja, diegene bij wie dit niet lukt heeft dat aan zichzelf te danken: alle mogelijkheden zijn (…) immers voorhanden. Wie het tegenwoordig niet redt, kan daarvoor maar één schuldige aanwijzen…” (Nynke Wijnants)

Dat is het perfecte plaatje waar we volgens Wijnants aan willen voldoen. Ze deed schreef er het boek Dertigersdilemma over. Gemiddeld zijn is niet meer goed genoeg. Iedereen wil uitblinken, succesvol zijn, een leven met grote impact.

Dat heeft iets heel moois. Weg van middelmatigheid, weg van gezapigheid en weg van sleur. We hebben idealen, en die houden we hoog.

Maar toch: maakt dat zoeken naar grootse impact ons nou gelukkig? Mwa. Mij maakt het vooral ook heel onrustig. Wanneer is het genoeg? Wanneer heb ik genoeg bereikt? Achter elke top die ik bereik ligt weer een nieuwe top. Er is altijd wel iemand die het beter doet.

De eerste berg

De afgelopen weken las ik het boek The Second Mountain van David Brooks. Echt een aanrader! NRC schreef er over en ook Stine Jensen verwees er naar. Brooks is columnist van de NY Times en volgens NRC zou je hem wel de ‘denker des vaderlands’ van de VS kunnen noemen – iemand die wat te melden heeft.

Hij schrijft over de ‘eerste berg’ en de ‘tweede berg’. Een briljante metafoor.

De eerste berg is de berg van zelfontplooiing, het najagen van succes. Dat is vaak de eerste berg die we in ons leven beklimmen, de eerste manier waarop we zingeving zoeken. We zoeken de zin van ons leven dan in de impact die we hebben. Op die ‘berg’ denken we: als ik dat bereik, als ik dat voor elkaar krijg dan is mijn leven de moeite waard geweest. Onze ambitieuze toekomstplannen zijn vaak een manier om toe te werken naar iets dat ons bestaan kan rechtvaardigen.

Voor Brooks zelf loopt de weg van de eerste berg dood.

Zijn huwelijk strandt en terwijl hij een prachtige carrière heeft is hij doodongelukkig. Hij werkt hard maar is diep eenzaam. Zijn succes van de ‘eerste berg’ doet hem niets meer. Hij ontdekt een diepere ‘honger’ in zichzelf dan de honger naar impact. De honger van zijn ‘ziel’ naar échte zingeving.

De tweede berg

Een uitnodiging van een bevriend stel is het begin van een verandering.

Hij wordt uitgenodigd om te komen eten. En naast hem zijn er ook een stuk of 10 kinderen te gast. Allemaal kinderen uit arme gezinnen uit de buurt. Het stel nodigt ze elke week uit voor een heerlijke overdadige maaltijd, die ze thuis niet kunnen krijgen. De kinderen ontvangen hem als een eregast, hij wordt overladen met liefde.

Het verandert zijn leven. Dit kende hij niet. Hier is een vreugde die veel dieper gaat dan het geluk van succes of impact waar hij altijd naar gejaagd heeft. Brooks noemt dit ‘de tweede berg’. Op die ‘tweede berg’ jagen we niet naar ons eigen geluk, maar zetten we ons juist in voor anderen. We wijden ons toe aan anderen aan een hoger doel of een diepere overtuiging. Juist op die berg vinden we volgens Brooks iets diepers dan geluk (happiness), namelijk: vreugde (joy).

Nieuwsgierig

Die metafoor triggert me. Zou die tweede berg echt veel gelukkiger maken? Hoe beklim je die dan? De tweede week van onze #ambitiedetox gaan we daar mee aan de slag. We proberen een verschuiving te maken van (streven naar) impact naar (geven van) inbreng.

Benieuwd hoe we dat proberen te doen? Volg dan onze #ambitiedetox, met meer inspiratie en praktische oefeningen.